Kijken naar werk: toen en nu

Het scheppen van functies door het anders inrichten van bestaand werk begon ongeveer 100 jaar geleden. Het boek ‘The Principles of Scientific Management’ van Frederick Taylor liet zien dat ingewikkelde taken op te breken zijn in basistaken. Door dat principe toe te passen op werkprocessen kunnen die veel doelmatiger.

Anders naar bestaand werk kijken

Taylor legde met zijn werk de basis voor lopendebandwerk. Echter bleken die eentonige activiteiten voor veel werknemers niet motiverend en uitdagend. Daarom volgde er veel onderzoek naar de eisen waaraan ‘gezonde’ functies moeten voldoen.

Een belangrijke conclusie uit alle onderzoeken is dat sommige mensen goed in staat zijn om te werken in eenvoudige functies. Anderen worden meer gemotiveerd door complexe en uitdagende functies. Er is dus niet een manier van werkprocessen organiseren die alle werknemers het beste kan bedienen.

Kwaliteit centraal

In de afgelopen jaren werd de kwaliteit van het werk steeds meer centraal gesteld. Functiekenmerken zijn daardoor vaak: afwisseling, flexibiliteit, controle, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Dat zien we ook terug bij het ontwerp van de Arbowet in Nederland. Hierin is compleetheid het uitgangspunt voor een ‘gezonde’ functie.

Werknemers moeten daardoor steeds meer voldoen aan hogere opleidingseisen om een functie te kunnen vervullen. Bovendien trekken veel werkgevers alleen nog allrounders aan. Die kunnen alle gestelde taken aan en zijn uitwisselbaar en flexibel.

Hierbij wordt echter geen rekening gehouden met mensen die niet aan de gestelde functie-eisen kunnen voldoen. Het doet daarmee geen recht aan de diversiteit binnen de bevolking. Het sluit daarnaast ook bepaalde mensen uit van reguliere arbeid. Een groot deel van de bevolking heeft daardoor problemen om passend werk te zoeken en te vinden. Die personen behoren vaak tot de doelgroep van de banenafspraak.

Voordelen

Met het anders inrichten van bestaand werk is een win–winsituatie te scheppen. De benadering is namelijk gericht op het weer laten ontstaan van eenvoudige functies. De methode vermindert ook de volledigheid en de allroundheid. Er ontstaan meer functies aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen mensen uit de doelgroep banenafspraak weer beter passend werk vinden op de reguliere arbeidsmarkt.

Voor de hoger geschoolde en meer ervaren werknemer betekent de herverdeling van taken dat hij zich meer kan richten op de kerntaken. Ook voelt hij minder werkdruk en ‘past’ zijn functie beter.

Een win-win-win situatie ontstaat als een werkgever ook financieel voordeel haalt. Dit is vaak het geval bij: natuurlijk verloop, een tekort aan specialistisch personeel of een vergroting of uitbreiding van de bestaande dienstverlening.

  • Win 1: De huidige medewerkers kunnen zich meer richten op hun kerntaken.
  • Win 2: Er is een baan gecreëerd voor iemand die nu niet kan deelnemen aan de reguliere arbeidsmarkt.
  • Win 3: Voor de werkgever is er sprake van een bedrijfseconomisch toegevoegde waarde.

Wat betekent het?

Deze manier van naar het werk kijken, vraagt een andere blik op functies, werkpakketten en werkprocessen. Van u als manager, HR-professional of leidinggevende van een afdeling.

Als u de taken anders verdeelt, kunt u:

  • een hogere tevredenheid onder het personeel realiseren met gelijkblijvende kosten;
  • hetzelfde werk blijven doen met minder geschoold personeel en lagere kosten.
  • invulling geven aan uw sociale en publieke (voorbeeld)functie in de banenafspraak.

Het afsplitsen van werkzaamheden uit bestaande takenpakketten kan als:

  • er eenvoudige taken in het werkpakket van hoger geschoolde en ervaren werknemers voorkomen;
  • het afsplitsen van de eenvoudige taken het werkproces niet verstoort.

Voor meer informatie en tips downloadt u de volledige module 'Anders naar bestaand werk kijken'.