Voorbereiden, begeleiden en monitoren

De teamleden weten dat er een nieuwe medewerker komt, bij voorkeur omdat een van hen was betrokken bij de selectie. Ze weten nog niet wat ze kunnen verwachten. Het is belangrijk om hen daar wel een goed beeld van te geven. Ze willen graag weten of ze met speciale dingen rekening moeten houden in de omgang met hun nieuwe collega.

Anders naar bestaand werk kijken

U moet ervoor zorgen dat de huidige collega’s weten wat de komst van de nieuwe medewerker voor hun eigen werk betekent. Hierbij is het goed om afstemming te zoeken met de arbeidstoeleider (publieke of private organisatie gericht op het naar werk toeleiden van mensen uit de doelgroep banenafspraak).

Denk aan afstemming over het trainen van uw personeel en het trainen van de nieuwe medewerkers over regels en gebruiken. Dit kan verschillen van het gebruik van systemen tot de geldende gedragscode. Het aanleren van nieuwe dingen duurt langer dan gemiddeld. U kunt als werkgever een deel van de training verzorgen. U weet precies wat u wilt en wat u van medewerkers vraagt.

Misschien zijn er nog meer zaken die de nieuwe medewerker vooraf moet leren. Ontwikkel hiervoor zo nodig samen met de arbeidstoeleider een training. Die heeft veel inzicht in de leerwijzen van zijn medewerkers. U weet wat nodig is aan vaardigheden. Het vormen van een combinatie levert dan een sneller en waarschijnlijk groter effect op.

U kunt ook afstemming zoeken in het verzorgen van:

  • een workshop;
  • een informatiebijeenkomst;
  • een training ‘hoe om te gaan met medewerkers met een specifieke beperking’.

Begeleiden en monitoren

Uw nieuwe medewerker heeft er zin in, is gemotiveerd en wil graag aan de slag. Ondanks zijn motivatie kost het hem meer tijd om zich in te werken dan u gewend bent. Dat vraagt zeker in het begin om extra begeleidingstijd. In het algemeen neemt de behoefte aan begeleiding na verloop van tijd af. Hoe concreter het takenpakket, hoe minder begeleiding nodig, zo blijkt in de praktijk.

Er zal wel altijd begeleiding nodig blijven. Die begeleiding bestaat dan grotendeels uit de aanwezigheid van een aanspreekpunt en de oplettendheid van de overige collega’s op de werkvloer. Meer hierover in de module 'Begeleiding op de werkvloer'.

In deze fase blijft afstemmen met de arbeidstoeleider belangrijk. Nu gaat het over het functioneren in de werksituatie. U bespreekt met de arbeidstoeleider:

  • hoe uw nieuwe medewerker het doet;
  • of hij zijn werk goed doet;
  • of het goed gaat met de collega’s.

Zeker in de eerste periode is het belangrijk dat u oor heeft voor eventuele problemen op de werkvloer. Deze bespreekt u met de arbeidstoeleider. Die externe begeleider heeft ervaring met en kennis over het omgaan met mensen met een beperking. Samen met uw kennis van de werksituatie vormt u een goed team. Zo vindt u passende oplossingen voor eventuele problemen.

Opname in regulier bestand

Meestal heeft de nieuwe medewerker een contract voor een bepaalde periode. Tegen het einde van deze tijd is het aan u als werkgever om het contract al dan niet voort te zetten. Ook kunt u het omzetten in een vast dienstverband. Dat hangt af van factoren zoals:

  • het functioneren in het werk;
  • de situatie van de organisatie;
  • eventuele veranderingen in wet- en regelgeving die op uw organisatie van toepassing zijn.

De nieuwe medewerker doet werk dat toch gedaan moet worden. Of het levert een bedrijfseconomische meerwaarde voor u als werkgever. Dat betekent dat hij bij goed functioneren waarschijnlijk gewoon kan blijven. En dat is waar het hier over gaat: het scheppen van duurzame banen. Nu volgt nog het realiseren van doorgroei en ontwikkeling, vergelijkbaar met elke andere medewerker in uw organisatie.

Naar: Werving en selectie