De rol van communicatie in het veranderen van gedrag

Welke factoren spelen een rol bij het veranderen van gedrag? En welke invloed hebben die factoren op communicatie?

Het model van Planned behavior.

Kennis over deze factoren helpt bij het bepalen van de inhoud van de communicatieboodschap, de keuze voor de bron en de kanalen. Volgens de Theory of Planned Behavior komt gedrag voort uit de intentie om het gedrag uit te voeren. Die intentie ontstaat uit drie factoren: attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit.

Attitude

Attitude staat voor de eigen opvattingen die iemand heeft over het gewenste gedrag of de gevolgen van dit gedrag. Deze opvattingen kunnen gebaseerd zijn op logische redeneringen en overwegingen. Maar ook op ingewortelde meningen en overtuigingen.

De attitude bepaalt of iemand positief of negatief staat tegenover het voorgenomen gedrag. Attitude bepaalt dus ook of iemand van plan is om het gedrag te vertonen.

Voor een effectieve communicatie is het nodig om de bestaande opvattingen te kennen. Met passende argumenten zijn deze te bevestigen of te ontkrachten.

Sociale invloed

Sociale invloed staat voor de verwachtingen die anderen hebben over het gewenste gedrag en de mate waarin iemand zich hiervan wat aantrekt. Een voorbeeld: de sociale omgeving van een leidinggevende vindt het volstrekt normaal dat er eindelijk aandacht is voor inclusief werkgeverschap. Dan is de kans groot dat deze leidinggevende zich dit aantrekt.

De voor de persoon belangrijke anderen kunnen mensen uit de directe werkomgeving zijn of een rolmodel. Maar ook iemand uit de familiekring of van de sportvereniging of de politieke partij waar iemand lid van is.

Om effectief te communiceren moet u weten wat de sociale normen zijn in de omgeving van de ontvanger. Die kunt u, waar mogelijk, op een positieve manier benutten.

Eigen effectiviteit

De mate waarin iemand zich bekwaam voelt om het gewenste gedrag uit te voeren. Dat is de eigen effectiviteit, ook wel handelingsbekwaamheid. Een voorbeeld: een leidinggevende voelt zich niet bekwaam om leiding te geven aan iemand met een beperking uit de doelgroep banenafspraak. Bij die leidinggevende is de neiging om het gewenste gedrag te vertonen klein.

Voor een effectieve communicatie is het nodig om te weten welke bekwaamheden nodig zijn om het gewenste gedrag te kunnen uitvoeren. Hierover dient u te communiceren naar de ontvanger. Vervolgens laat u de ontvanger zich deze bekwaamheden eigen maken.

Hoe gunstiger de attitude en de sociale invloed, hoe groter het gevoel van handelingsbekwaamheid is. Dus ook hoe sterker de intentie is om het gewenste gedrag te vertonen.

Barrières

Als de intentie er is, communiceert u over mogelijke barrières voor de uitvoering van het gewenste gedrag. Vervolgens neemt u deze zoveel mogelijk weg. Bij inclusief werkgeverschap zouden dit financiële drempels kunnen zijn of regels die in de weg zitten bij de uitvoering.

Communicatie en gewenst gedrag

Welke gedrag gewenst is, hangt af van het stadium en de partijen die een rol spelen bij het invullen van de banenafspraak. Een voorbeeld: een gewenst gedrag is dat van het management, dat besluit om actief in te zetten op de inclusieve arbeidsorganisatie. De ondernemingsraad wordt vervolgens geacht achter de doelstellingen van de organisatie te staan en er alles aan te doen om het doel te bereiken. Een goed doortimmerd en op het hoogste niveau vastgesteld programma is daarbij onmisbaar.

In het communicatieplan beschrijft u hoe u communicatie inzet voor de verschillende ontvangers. Dit om hen zoveel mogelijk richting gewenst gedrag te laten bewegen.