Het gesprek voeren

Door het gesprek met de kandidaat ervaart u hoe hij matcht met de cultuur in uw organisatie. Wat is anders in het voeren van het gesprek met kandidaten met een beperking?

Blonde vrouw onder een vergrootglas

Anders is dat u graag een goed beeld wilt krijgen of de beperking invloed heeft op het uitvoeren van de werkzaamheden. Anders is ook dat u wellicht moet nadenken over hoe u de vragen stelt en over wat u wel en niet mag vragen. Kandidaten met een beperking kunnen informatie vaak anders ontvangen en verwerken.

 

Wat mag u wel en niet vragen?

Kandidaten hoeven tijdens een sollicitatiegesprek niets over zichzelf te vertellen wat niet met de functie-uitoefening te maken heeft. U mag geen vragen stellen over iemands chronische ziekte of handicap, behalve als de beperking van invloed is op de functie-uitoefening. Ook moet de kandidaat zelf melden of er aanpassingen nodig zijn om de functie te vervullen.

Als u twijfelt en u wilt een aanstellingskeuring toepassen, dan mag dat meestal niet. De keuring mag alleen bij functies met een zware belastbaarheid.

Wat kunt u wel vragen?

U kunt standaard vragen of de kandidaat denkt dat er zaken zijn die mogelijk van invloed zijn op het uitoefenen van de functietaken. Als dat een beperking is gaat u het gesprek aan over het oplossen van eventuele knelpunten. Denk aan aanpassingen in het werk en vergoedingen daarvoor, het anders verdelen van het werk etc.

U kunt vragen of de kandidaat denkt te beantwoorden aan de functionele eisen. U heeft hiervoor van tevoren een checklist gemaakt. Informeer ook of de kandidaat begeleiding nodig heeft op de werkplek vanuit de voor de plaatsing verantwoordelijke organisatie. Wat wordt van u verwacht qua begeleiding?

Wat vraagt u niet?

U handelt in strijd met de wet als u de meest geschikte kandidaat niet aanneemt omdat deze een handicap of chronische ziekte heeft. En als de kandidaat voor de uitvoering van het werk een redelijke aanpassing nodig heeft, die geen onevenredige belasting voor u vormt. Wat redelijk is, hangt af van de situatie. Uw kandidaat kan bij de rechter een beroep doen op de Wet Gelijke Behandeling.

Ook van belang

Vragen die wellicht niet standaard zijn voor u, gaan over de privésituatie van de kandidaat. Het gaat hierbij vaak om de zorg en behandeling die de kandidaat thuis en op het werk nodig heeft. Die is mogelijk van invloed op het werken in uw organisatie.

Vraag of er andere zaken mogelijk invloed hebben op het werk. U kunt altijd vragen naar een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG-verklaring).

Het kan zijn dat u recht heeft op bepaalde subsidies of regelingen. De kandidaat moet aangeven of hij tot een bepaalde regeling of subsidiedoelgroep behoort. Als de kandidaat dat niet meldt en u komt er binnen twee maanden na indienstname achter, mag u om die reden de nieuwe werknemer ontslaan.

Kandidaten kunnen zelf aangeven of ze wel of niet vermeld staan in het doelgroepregister. U kunt hier naar vragen. Als de kandidaat het niet weet, mag u vragen naar het burgerservicenummer. Hiermee kunt u checken of uw kandidaat voorkomt in het doelgroepregister.  

In gesprek met een kandidaat en zijn begeleider

Bij kandidaten die minder zelfstandig zijn, komt vaak een begeleider mee. Verhelder dan aan het begin van het gesprek de verschillende rollen. U stelt de meeste vragen aan de kandidaat. De begeleider kan op sommige vragen een antwoord formuleren wat de kandidaat aanvult. Ook kan de kandidaat de begeleider om aanvullingen vragen. De begeleider speelt vaak een belangrijke rol in het leven van de kandidaat, ook in de toekomstige werksituatie. Het gesprek geeft u de kans om de begeleider beter te leren kennen.